ingezonden verhaal
Het was vrijdagavond, zo’n avond zonder plan.
De week lag nog net zwaar genoeg op mijn schouders om niets meer te willen — behalve zitten.
Ik lag al op de bank toen Nicole nog in de keuken rommelde. Eén been opgetrokken, het andere losjes over de rand. De televisie stond aan, Netflix open — dat vertrouwde startscherm dat altijd meer belooft dan het uiteindelijk waarmaakt. Een leeg wijnglas op tafel, wachtend.
Ik scrolde.
Romantische films gleden snel voorbij. Te voorspelbaar. Te netjes. Ik klikte zonder aarzeling door, mijn duim zekerder dan mijn gedachten.
Bij de volgende rij bleef ik hangen.
De beelden begonnen automatisch te spelen. Trage shots. Blikken. Lichamen die te dicht bij elkaar stonden om toevallig te zijn. Ik keek langer dan nodig was — niet bewust, eerder nieuwsgierig. Alsof ik iets probeerde te herkennen, nog zonder te weten wat.
“Al iets gevonden?” riep Nicole vanuit de keuken.
“Nog niet,” antwoordde ik, terwijl ik niet meteen verder klikte.
Ik liet de trailer uitlopen. Merkte hoe mijn aandacht verschoof — minder in mijn hoofd, meer in mijn lichaam. Ik nam een slok van de wijn die ik net had ingeschonken en voelde de warmte zakken.
Nicole kwam erbij zitten. Eerst bleef ze achter de bank staan, leunde even over mijn schouder mee. Haar aanwezigheid veranderde de kamer subtiel — alsof de ruimte zich herschikte.
“Deze is wel… intens,” zei ze luchtig, haar blik op het scherm.
“Dat is Netflix tegenwoordig,” zei ik. “Doet alsof het kunst is.”
Nicole lachte zacht. “En is het dat?”
Ik haalde mijn schouders op. “Ligt eraan hoe lang je blijft kijken.”
Ik klikte verder, maar minder snel nu. Bij elk nieuw fragment liet ik het beeld net iets te lang doorlopen. Alsof ik testte hoe het voelde om samen te kijken. Om niets te zeggen.
Nicole plofte naast me op de bank. Net niet tegen me aan. Onze knieën raakten elkaar niet, maar ik merkte dat ik me daar ineens opvallend bewust van was.
“Dus,” zei ze, terwijl ze haar glas op tafel zette, “wat wordt het?”
Ik scrolde terug. Dezelfde titel verscheen opnieuw. Ik liet de trailer starten.
Er viel een stilte — niet ongemakkelijk, eerder aandachtig.
“Je blijft hier wel erg lang hangen,” merkte ze op, plagerig.
Niet veroordelend. Eerder nieuwsgierig.
“Valt mee,” zei ik. “Jij kijkt toch ook?”
Ze glimlachte. “Touché.”
We zaten naast elkaar. Het scherm deed de rest.
Blikken op tv die te lang bleven hangen. Ademhaling die vertraagde. Gedachten die afdwaalden zonder zich te verantwoorden.
Na een paar seconden stond Nicole op.
“Zet er maar gewoon één aan,” zei ze luchtig, terwijl ze richting keuken liep.
“Dan pak ik de wijn.”
Ik bleef achter. Alleen op de bank. De afstandsbediening in mijn hand.
Ik wist niet precies waarom mijn hartslag net iets omhoogging.
Alleen dat de keuze die ik nu maakte — welke serie, welk beeld — meer betekende dan een gewone vrijdagavond.
Ik klikte.
De serie begon rustig.
Te rustig om toevallig te zijn.
Geen uitleg, geen haast. Alleen beelden die de tijd namen. Lichamen die dichtbij waren zonder elkaar meteen te raken. Stiltes die langer duurden dan comfortabel was — precies lang genoeg om iets los te maken.
Ik hoorde Nicole in de keuken. Het openen van de koelkast. Glas tegen glas.
Ik bleef zitten. Liet het beeld doorlopen. Alsof ik wilde dat ze zou hóren wat ik had aangezet, nog vóór ze het echt zou zien.
Toen kwam ze terug.
Ze zette de glazen op tafel en ging naast me zitten, haar blik eerst nog op de wijn gericht. Pas daarna keek ze naar het scherm. Een fractie van een seconde langer dan nodig was.
“Ah,” zei ze zacht.
Meer niet.
Ze schonk de wijn in, nam een slok en leunde achterover. Geen commentaar. Geen grap. Alleen die korte blik — alsof ze bevestigde wat we allebei al wisten: dit was geen neutrale keuze geweest.
Na een paar minuten verbrak zij de stilte.
“Netflix is tegenwoordig wel heel expliciet,” zei ze, licht geamuseerd.
“Ja,” zei ik. “Ze doen niet meer alsof.”
Ze glimlachte. “Scheelt weer.”
We lachten kort. Net genoeg om het licht te houden.
Maar de stilte die daarna volgde voelde zwaarder dan daarvoor.
Op het scherm gebeurde nog steeds weinig — en tegelijk steeds meer. De camera bleef hangen. Ademhaling werd hoorbaar. En ik merkte dat ik mijn aandacht verloor voor het verhaal, en steeds bewuster werd van Nicole naast me. Van hoe ze zat. Hoe vaak ze verzette. Hoe haar knie soms nét iets dichterbij kwam.
“Mijn vriend zou hier echt niks mee hebben,” zei ze plots, bijna terloops.
“Die vindt dit soort dingen ongemakkelijk.”
“En jij?” vroeg ik, zonder mijn blik van het scherm te halen.
Ze haalde haar schouders op. “Ik vind het wel interessant.”
Ze nam nog een slok wijn.
De stilte die volgde werd niet opgevuld.
Ik voelde hoe het idee alleen al — samen kijken, samen zwijgen — spannender was dan ik had verwacht. Ik had gedacht dat het ongemak zou overheersen. Of schaamte. Maar wat ik voelde was iets anders. Iets nieuwsgierigs. Iets dat langzaam bezit nam van mijn aandacht.
Ik wist niet wat Nicole precies dacht.
Maar ik wist wel dat ze niet vroeg om iets anders aan te zetten.
En dat was genoeg.
Op het scherm veranderde de toon bijna ongemerkt.
Geen bloot. Geen duidelijke handeling.
Alleen een lichaam onder lakens. Een deken die net genoeg bewoog om iets te suggereren — en te weinig om echt te laten zien.
Ik merkte dat ik mijn adem inhield.
Het was niet wat ik zag, maar wat ik invulde. Mijn hoofd nam het over. De suggestie was duidelijker dan elk expliciet beeld had kunnen zijn. Ik voelde hoe mijn aandacht zich vastzette, hoe mijn gedachten afdwaalden naar iets wat normaal alleen van mij was.
“Ze laten ook echt alles aan de verbeelding over,” hoorde ik mezelf zeggen.
De woorden waren eruit voordat ik ze kon tegenhouden.
Ik verstijfde.
Waarom zei ik dat?
Het voelde alsof ik mezelf had verraden. Alsof ik hardop had toegegeven dat ik niet alleen keek, maar meedeed — in mijn hoofd, in mijn gevoel. Mijn wangen werden warm. Ik pakte mijn glas en nam een slok die te groot was om nonchalant te lijken.
Ik wachtte op een grap.
Op een luchtige opmerking.
Op iets waardoor ik het moment weer terug kon duwen naar onschuldig.
Maar Nicole lachte niet.
“Ja,” zei ze rustig. “Dat vind ik juist spannender.”
Ik keek haar aan, verrast.
Ze zat ontspannen naast me, haar blik nog steeds op het scherm. Niet ongemakkelijk. Niet afwerend. Alsof dit een volkomen normale observatie was.
“Je ziet eigenlijk niets,” ging ze verder. “Maar je snapt precies wat er gebeurt.”
Mijn hartslag ging omhoog.
“Ja,” zei ik zacht.
De stilte die volgde voelde anders dan de eerdere stiltes. Niet iets wat opgevuld moest worden, maar iets wat mocht blijven hangen. Iets wat van ons samen was.
Op het scherm bewoog het deken nog steeds. Even. Dan weer stil.
En ik merkte dat mijn aandacht zich verplaatste — van de televisie naar mijn eigen lichaam, naar de warmte naast me op de bank.
Ik was me ineens pijnlijk bewust van Nicole. Van haar nabijheid. Van het feit dat we dit samen zagen. Dat we allebei hetzelfde invulden, zonder het uit te spreken.
Het idee maakte me nerveus.
En nieuwsgierig.
En op een manier die ik niet had verwacht: opgewonden.
Ik durfde haar niet aan te kijken. Bang voor wat ik daar misschien zou zien. Bang ook dat ze precies zou weten wat er door me heen ging.
Het deken op het scherm kwam tot stilstand.
De scène vervaagde.
En tot mijn eigen verbazing voelde ik teleurstelling.
Dat besef alleen al vertelde me meer dan ik wilde toegeven.
Wanneer de aftiteling begint, voel ik pas hoe stil het is geworden.
Alsof het geluid van de serie iets heeft achtergelaten wat niet meteen verdwijnt.
Ik schuif iets op de bank, neem de laatste slok wijn. Mijn lichaam voelt anders dan toen we begonnen. Warm. Alert. Alsof er iets onder mijn huid is blijven hangen.
“Volgens mij ga ik naar mijn kamer,” hoor ik mezelf zeggen.
Het klinkt achteloos. Normaal.
Nicole knikt. “Ik blijf nog even zitten,” zegt ze.
Haar stem is rustig. Te rustig om niets te betekenen.
Ik sta op. Het voelt vreemd om te bewegen, alsof ik daarmee iets verbreek wat nog niet is afgerond. Terwijl ik richting de gang loop, ben ik me plots pijnlijk bewust van mijn onderbuik. Van die spanning die daar blijft hangen, hardnekkig en onmiskenbaar.
Het idee dat we samen naar die serie hebben gekeken — dat we hetzelfde hebben gezien, hetzelfde hebben ingevuld — maakt me onrustig. En opgewonden. Meer dan ik had verwacht.
In de gang aarzel ik even. Mijn kamer zit naast de badkamer. Ik duw de deur open, stap naar binnen, en laat de deur op een kiertje staan.
Niet omdat ik iets verwacht.
Niet omdat ik ergens op uit ben.
Tenminste, dat houd ik mezelf voor.
Het is meer een gevoel. Een vreemd soort opwinding die zich niet laat sturen. Alsof het idee alleen al — dat Nicole misschien langsloopt, misschien hoort dat ik hier ben — genoeg is om mijn hartslag hoog te houden.
Ik ga op bed zitten. Adem diep in.
Luister.
Ik weet niet of Nicole net zo voelt als ik.
Maar de gedachte dat het zou kunnen, is op dit moment al meer dan genoeg.
Mijn kamer is donker als ik de deur zacht achter me sluit.
Het enige licht komt van buiten. De maan staat hoog — vol genoeg om de ruimte in zilver te trekken. Net genoeg om alles te zien zonder dat het helder wordt.
Het is koud. Zelfs onder de dekens voel ik het eerst nog.
Maar daaronder zit iets anders. Een warmte die niet van de kamer komt.
Ik trek mijn beha uit, langzaam, alsof ik de tijd even wil rekken. Daarna een los slaapshirt over mijn hoofd. Mijn string laat ik aan — zoals altijd. Het voelt vertrouwd. Normaal. Alsof dit een gewone nacht is.
Dat is het niet.
Ik schuif onder de dekens en staar even naar het plafond. Mijn lichaam voelt alert, gespannen. De beelden van eerder zitten nog in mijn hoofd. Niet scherp, maar aanwezig. Het idee dat Nicole naast me op de bank zat. Dat we samen keken. Dat we hetzelfde invulden.
Mijn handen bewegen bijna vanzelf.
Alsof ze weten waar ze moeten zijn nog vóór ik erover nadenk.
Onder de dekens verdwijnen ze uit het maanlicht.
Mijn ademhaling verandert.
Mijn vingers glijden onder de rand van mijn stringetje. Ik voel mezelf. Warm. Klam. Meer dan klaar.
Mijn vingers vinden hun ritme, zacht, cirkelend, precies zoals ik het nodig heb.
De stilte in huis voelt ineens luid. Elke kleine beweging lijkt groter dan normaal. Ik ben me bewust van alles: mijn adem, het bed, het zachte licht op de muur.
En dan hoor ik iets.
Voetstappen op de gang.
Niet hard. Niet gehaast.
Maar dichtbij genoeg om mijn aandacht volledig weg te trekken van mezelf.
k hoor het zachte geluid van de deur op de gang.
Niet abrupt. Niet aarzelend.
De badkamer.
Het besef komt meteen binnen. Niet als schrik, maar als een trilling die door mijn lijf trekt. Ik weet hoe het licht valt. Hoe mijn deur op een kier staat. Hoe het maanlicht mijn kamer net genoeg vult om vormen zichtbaar te maken — zonder iets prijs te geven.
Ze kan mijn silhouet zien.
Niet scherp. Niet open en bloot.
Maar duidelijk genoeg om te begrijpen wat ik doe.
Het idee alleen al maakt alles intenser.
Mijn ademhaling verandert. Mijn lichaam reageert sneller dan mijn hoofd. Het tempo dat ik net nog probeerde te beheersen, laat ik los. Alsof haar aanwezigheid op de gang iets in mij heeft vrijgemaakt in plaats van afgeremd.
Ik kan haar zien bewegen door de kier van mijn deur.
Niet omdat ik mezelf zichtbaar maak — maar omdat ik precies in die ene hoek lig waar ik zicht heb, zonder dat het andersom geldt.
Dat voelt vreemd machtig.
Ik sluit mijn ogen.
Niet om te ontsnappen, maar om het idee groter te maken. Om me voor te stellen hoe het voor haar moet zijn. Wat ze ziet. Wat ze invult.
Ik laat het toe.
Even later open ik mijn ogen weer.
En dan zie ik haar.
Nicole staat stil. Niet midden op de gang, maar net buiten het licht. Haar hoofd iets schuin. Haar blik gericht op mijn deur.
Ze gluurt.
Niet schaamteloos. Niet vluchtig.
Maar lang genoeg om geen toeval meer te zijn.
Ik verstijf niet.
Ik stop niet.
Ik wil niet dat ze schrikt. Niet dat ze zich betrapt voelt. Dit moment voelt te zorgvuldig ontstaan om abrupt te verbreken.
Ik laat haar kijken.
En in die stilte — zonder woorden, zonder beweging — weet ik dat er iets is verschoven wat niet meer ongedaan gemaakt kan worden.
Ik verplaats me iets onder de dekens. Niet abrupt. Niet uitdagend.
Maar net genoeg om mijn silhouet duidelijker te maken in het maanlicht.
Ik weet wat dat betekent.
Ik zie hoe Nicole zich nauwelijks verplaatst, alsof ze bang is dat zelfs dat haar zou verraden. Alleen haar ademhaling verandert. Trager. Dieper. Ze blijft in de deuropening staan, op veilige afstand, nog steeds spiekend — maar niet onbewogen.
Mijn bewegingen worden bewuster. Minder aarzelend.
Niet om haar iets te laten zien — maar omdat ik voel dat ze blijft.
En dan zie ik het.
Haar hand verdwijnt langzaam uit het zicht. Niet gehaast. Niet stiekem. Alsof ze besloten heeft dat verbergen niet langer nodig is. Haar blik blijft op mij gericht, haar tempo volgt het mijne — of misschien is het andersom. Het verschil is niet meer te bepalen.
Het idee dat we dit samen doen, zonder aanraking, zonder een enkel woord, maakt alles intenser dan ik had kunnen voorspellen.
Ik voelde mijn wangen gloeien, terwijl ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Mijn benen die zich verder openden, mijn heupen die subtiel mee bewogen met het ritme van mijn hand. Een zachte kreun ontsnapte mijn lippen terwijl ik zie wat het met haar doet.
Ik voelde hoe mijn lichaam zich meer en meer overgaf aan de sensatie, de spanning zich opbouwde tot een punt waarop het bijna te veel werd. Mijn ogen bleven gefixeerd op de bewegingen van haar hand, op de manier waarop ze zich mee laten slepen, zonder een woord te zeggen. Het was een stille uitdaging, een gedeelde spanning die we allebei omarmden.
De gang voelt kleiner nu. De afstand tussen ons bestaat alleen nog uit lucht en stilte. En zelfs die lijkt te verdwijnen.
Mijn ademhaling werd schokkerig terwijl ik mijn vingers sneller liet bewegen, mijn lichaam bewoog in perfecte harmonie met haar. Mijn rug kromde zich, mijn benen trilden en ik voelde hoe de laatste restjes controle me verlieten. Mijn lippen openden zich in een stille kreun, mijn vingers gleden dieper, sneller, tot het niet meer ging.
Langzaam kom ik weer op adem.
Mijn lichaam voelt zwaar en licht tegelijk, nog nagloeiend van de intensiteit van het moment. Alsof alles even stilligt, terwijl er onder de oppervlakte nog iets doortrilt.
Ik open mijn ogen.
In het zwakke licht zie ik Nicole nog in de deuropening staan. Haar houding is anders nu. Rustiger. Ingetogener. Alsof ook zij net is aangekomen — en nu niet goed weet wat ze met dat besef moet.
Onze blikken kruisen elkaar niet.
Dat hoeft ook niet.
Ze blijft nog een seconde staan. Misschien twee. Dan draait ze zich om en verdwijnt geruisloos richting de badkamer, alsof ze haar aanwezigheid wil uitwissen. Alsof dit iets is wat ze voor zichzelf wil houden.
Haar geheim.
Ik blijf liggen, luister naar haar voetstappen die wegsterven. Een kleine glimlach trekt langs mijn mond.
Ze denkt dat het van haar is.
Maar dat is het niet.
Dit is van ons.
Alleen weet zij dat nog niet.



