De muziek staat harder dan nodig.
Niet oorverdovend, maar net luid genoeg om gesprekken rommelig te maken.
Gelach waait langs me heen. Glazen tikken tegen elkaar.
Meidenavond.
We zijn begonnen in de stad, geëindigd bij iemand thuis.
Louise had geappt dat een paar teamgenoten na hun training ook nog een borrel kwamen doen. “Is gezellig.”
Dat bleek te kloppen.
Het huis voelt inmiddels te vol.
Jassen over stoelen.
Schoenen ergens in een hoek.
Mensen die zich in groepjes verdelen zonder dat iemand daar bewust voor kiest.
Ik sta met een half leeg glas in mijn hand wanneer Louise me aan iemand voorstelt.
“Dit is Rogier.”
Achtentwintig.
Eeuwige student, hoor ik later.
Een beetje kalend.
Iets gezetter dan de mannen waar ik normaal naar kijk.
Niet mijn type.
Niet qua uiterlijk.
Niet qua energie.
Hij lacht net iets te breed.
Geeft me een hand alsof hij daar te lang over heeft nagedacht.
“Nice to meet you,” zegt hij, met een Engels accent dat nergens voor nodig is.
Ik glimlach beleefd.
Hij blijft staan.
Alsof hij verwacht dat er meer komt.
Zijn vrienden roepen iets vanaf de bank.
Een grap over trainen. Over vrouwen. Over bier.
Rogier lacht mee.
Te hard.
Hij zegt er iets achteraan.
Zo’n grap die beter past bij iemand anders.
Bij een gladde jongen.
Bij een man die moeiteloos is.
Bij hem voelt het… geoefend.
Alsof hij een rol speelt die hij thuis voor de spiegel heeft ingestudeerd.
Ik zie het meteen.
Dat lichte, bijna wanhopige randje onder zijn bravoure.
Hoe hij zichzelf groter maakt dan hij zich voelt.
En toch…
Ik voel zijn blik.
Niet vluchtig.
Niet schaamteloos.
Aandachtig.
Alsof hij elk klein signaal probeert te lezen.
Alsof mijn glimlach voor hem meer betekent dan voor wie dan ook in deze kamer.
Hij vraagt of ik ook studeer.
Wat ik drink.
Of ik het leuk vind hier.
Normale vragen.
Maar zijn ogen blijven zoeken.
En ineens dringt het tot me door.
Hij kijkt niet zoals mannen kijken die denken: misschien lukt het.
Hij kijkt zoals iemand kijkt die al besloten heeft.
Alsof hij uit mijn hand eet.
Het idee voelt vreemd.
En warmer dan ik had verwacht.
Ik neem een slok van mijn drankje.
Laat de stilte een fractie langer duren dan nodig.
Zijn schouders spannen zich.
Ik zie het.
En ergens, diep vanbinnen, glimlach ik niet meer beleefd.
Maar nieuwsgierig.
Ik sta weer even bij de meiden.
Louise, twee anderen die ik van gezicht ken.
We praten over niks en alles.
Ik vertel over een jurkje dat ik dit weekend had gekocht.
Dat het leuk stond.
Maar dat ik het uiteindelijk toch niet had aangedurfd.
“Net te bloot,” zeg ik, schouderophalend.
Rogier staat iets achter ons, met zijn glas in zijn hand.
Hij heeft half meegeluisterd.
“Daar willen wij de foto’s wel van zien,” zegt hij.
Het komt er te snel uit.
Te gretig.
Hij lacht er meteen achteraan.
Net wat te hard.
Ha. Ha.
Alsof hij zijn eigen grap moet bevestigen.
Zijn ogen schieten direct naar zijn vrienden op de bank.
Zoekt hun reactie.
Hun goedkeuring.
Eén van hen grijnst.
Een ander rolt met zijn ogen.
Rogier lacht nóg een keer.
Ik draai langzaam mijn hoofd naar hem.
Niet boos.
Niet gekwetst.
Gewoon… rustig.
Ik zie het gebeuren.
Hoe hij zich ineens afvraagt of dit wel slim was.
Of hij te ver is gegaan.
Of hij indruk heeft gemaakt — of juist niet.
Dat lichte, bijna wanhopige randje.
Hij zet zijn schouders iets rechter.
Alsof hij zichzelf herpakt.
“Was een grapje,” zegt hij snel.
Maar zijn blik blijft hangen.
Ik glimlach.
Klein.
Niet bevestigend.
Niet afwijzend.
Open.
En ik voel het weer.
Hoe hij naar me kijkt alsof mijn reactie allesbepalend is.
Alsof ik op dit moment beslis wie hij mag zijn.
Alsof hij uit mijn hand eet.
Ik neem een slok van mijn drankje.
Laat hem nog even in die onzekerheid hangen.
En merk tot mijn eigen verrassing…
dat ik dat spelletje ineens best interessant vind.
Een paar drankjes later is de sfeer losser geworden. Mensen praten zachter, staan dichter op elkaar. Ik sta in de keuken met mijn glas in mijn hand wanneer Rogier naast me komt staan.
Niet opvallend. Alsof hij hier toevallig ook moest zijn.
We praten wat. Over zijn studie, over hoe hij eigenlijk al jaren bijna klaar is. Kleine, veilige onderwerpen.
Dan pak ik mijn telefoon.
Ik kijk hem aan.
“Dus… jij wilde een foto zien van mij in dat jurkje?”
Zijn wenkbrauwen schieten iets omhoog. “Ja, eh… ja hoor.” Te snel. Te gretig.
Ik swipe naar de foto en draai mijn scherm naar hem toe.
Het jurkje is niet ordinair. Niet bloot. Maar wel strakker dan ik normaal draag. Korter. Vrouwelijker.
Hij kijkt.
Ik hoor hem slikken.
En ineens is hij stil.
Geen grap. Geen stoere opmerking. Geen gespeelde nonchalance.
Ik zie het in zijn gezicht: dit had hij niet verwacht. Niet dat ik het echt zou laten zien. En zeker niet dat het er zo uit zou zien.
Zijn hoofd lijkt even vast te lopen.
Hij pakt snel zijn glas en neemt een slok, alsof hij zich achter die beweging kan verschuilen. Maar het is te laat.
Zijn wangen zijn licht gekleurd. Zijn blik wijkt uit, keert terug, wijkt weer uit.
Ik zeg niets.
Ik glimlach alleen.
Niet lief. Niet verontschuldigend. Gewoon rustig.
Ik voel hoe hij ongemakkelijk wordt. Hoe hij zoekt naar een rol die nu niet meer vanzelf komt.
En ik weet het.
Ik zou nu makkelijk een stap verder kunnen gaan.
Het enige wat ik hoef te doen, is besluiten.
Ik voel het steeds duidelijker: dat ik hem onder de duim heb, dat hij wacht op wat ik ga doen, wat ik ga zeggen, hoe ik naar hem kijk. En stiekem windt dat me op. Niet eens hij zelf, maar het gevoel van macht dat zich langzaam laag in mijn onderbuik nestelt, warm en traag.
Ik neem een slok van mijn drankje en kijk hem even aan.
“Kennen jij het spelletje Madwish?”
Hij fronst licht. “Eh… nee.”
“Nee, logisch. Net verzonnen,” zeg ik luchtig. “Je mag elkaar vragen stellen of uitdagingen geven. Je moet eerlijk antwoorden, of anders een shotje nemen of de uitdaging doen. Beetje truth or dare, maar dan net een niveau hoger.”
Hij lacht onzeker, schuift zijn gewicht van het ene been op het andere.
“Oké…”
“Jij mag beginnen.”
Hij denkt te lang na. Ik zie hoe hij in zijn hoofd zinnen formuleert en weer verwerpt, voordat hij uiteindelijk voorzichtig zegt: “Heb je… eh… ooit met een vrouw gezoend?”
Veilig. Voorzichtig. Precies wat ik verwachtte.
Ik glimlach en vertel hem dat ik op vakantie op Ibiza een meisje heb gezoend. Dat het begon als een grap, als iets luchtigs, maar eindigde met haar hand in mijn nek en mijn lippen tegen de hare. Ik geef hem genoeg om zijn fantasie te laten werken, maar niet genoeg om hem gerust te stellen.
Hij hangt aan mijn lippen.
Dan is het mijn beurt.
Ik kijk hem rustig aan, zonder te glimlachen.
“Wijs de persoon in deze kamer aan waarmee je het nu zou doen.”
Hij schiet in de lach, hoog en ongemakkelijk. “Dat meen je niet…”
Ik blijf hem aankijken, zeg niets, geef hem geen ontsnappingsroute.
Na een paar seconden haalt hij adem.
“Die persoon staat nu met me te praten.”
Zijn wangen kleuren rood, zijn blik schiet even weg en komt dan weer terug naar mij.
Ik voel een tevreden kriebel in mijn buik.
Dit vindt hij doodeng.
Maar ook veel te spannend om weg te lopen.
Hij lijkt wat moed bij elkaar te rapen, misschien geholpen door het spel, misschien door de drank, misschien gewoon omdat hij voelt dat hij niet meer terug kan.
“Mag ik… eh…” Hij schraapt zijn keel. “Ben je ooit op pad gegaan zonder slipje aan?”
Ik kijk hem een paar tellen aan, laat de stilte net lang genoeg hangen om hem nerveus te maken, voordat ik rustig zeg: “Ja. Als ik me stout voel.”
Ik zie hoe dat ene zinnetje iets in hem losmaakt.
“En geloof me,” voeg ik eraan toe terwijl ik mijn glas kantel, “bijna alle vrouwen gaan wel eens commando.”
Zijn keel beweegt.
Ik kantel mijn hoofd een fractie.
“Mijn beurt.”
Hij knikt, zichtbaar gespannen.
“Ik daag je uit om nu je boxer uit te trekken, zodat je weet hoe het is om commando te gaan.”
Zijn ogen worden groot.
“Hier?”
“Niet hier,” zeg ik rustig. “Het toilet is daar.”
Hij lacht onzeker, een kort, hoog lachje dat hem verraadt.
“Je meent het…”
Ik zeg niets. Ik blijf hem gewoon aankijken.
Na een paar seconden knikt hij, alsof hij zichzelf dwingt.
“Oké.”
Ik zie hem richting het toilet lopen, iets te snel, alsof hij bang is dat hij zich anders nog bedenkt.
Terwijl ik wacht, voel ik hoe mijn hartslag iets hoger ligt dan net, en dat irriteert me op een prettige manier.
Wanneer hij terugkomt, komt hij dichter bij me staan dan eerst, buigt iets naar me toe en zegt zacht: “Hij zit in mijn jas.”
Er gaat een warme steek door mijn onderbuik.
Hij heeft het echt gedaan.
Voor mij.
Ik kijk hem aan en zie hoe trots en tegelijk nerveus hij is, hoe hij probeert stoer te blijven terwijl hij zich kwetsbaarder voelt dan ooit.
Het idee dat hij nu ‘naakt’ is onder die spijkerbroek, alleen omdat ík dat van hem heb gevraagd, werkt onverwacht opwindend.
Mijn buik maakt een klein sprongetje.
Ik glimlach langzaam.
“Goed zo,” zeg ik zacht.
En ik weet: hij is verder gegaan dan hij ooit had gedacht.
En ik ook.
“We gaan een stapje verder,” zeg ik, terwijl ik mijn glas neerzet en hem aankijk. “Jouw beurt. Je mag alles vragen.”
Hij slikt, zichtbaar verrast door de ruimte die ik hem geef, en ik zie hoe hij even twijfelt of hij dit echt durft. Dan haalt hij adem, kijkt me aan met een mengeling van spanning en ongeloof en vraagt, iets zachter dan daarvoor: “Zou jij… ook je slipje uitdoen?”
We staan in de keuken, half afgeschermd door het aanrecht, en ik weet dat we hier niet direct in het zicht staan. Ik denk geen seconde te lang na, misschien omdat ik bang ben dat ik anders alsnog terugdeins.
“Ja,” zeg ik rustig.
Met een kleine, beheerste beweging trek ik mijn stringetje ter plekke uit. Het gaat makkelijk, het jurkje is wat wijder, en het moment voelt bijna achteloos — juist daardoor des te intenser. Ik stop het stofje zonder iets te zeggen in zijn broekzak.
Ik zie hoe hij slikt.
Hoe zijn wangen weer diezelfde diepe rode kleur krijgen.
Hij weet niet waar hij moet kijken, niet wat hij moet zeggen, en precies dat verraadt hem volledig.
En ja… ik bloos zelf ook, al probeer ik dat voor mezelf te relativeren. Ik had niet verwacht dat ik me zo zou laten meeslepen, dat ik deze stap zó vanzelfsprekend zou zetten. Maar het gevoel van macht dat ik over hem heb, het besef dat hij dit allemaal alleen maar doet omdat ík het wil, maakt dat ik geen stap terug doe.
Ik blijf staan. Rustig. Stevig.
Dan glimlach ik langzaam en zeg:
“Mijn beurt.”
Ik kijk hem aan, zie hoe hij zich schrap zet, hoe hij weet dat wat er nu komt hem verder gaat brengen dan hij ooit van plan was.
En ik geniet daarvan.
Ik zie het aan zijn broek, nog voordat hij iets zegt of doet.
De manier waarop hij zijn heupen subtiel naar achteren duwt, hoe hij half tegen het aanrecht leunt alsof hij daarmee kan verhullen wat allang zichtbaar is, verraadt hem volledig. Het lukt hem niet om te verbergen hoe hard hij inmiddels is.
Mijn blik glijdt er heel even naartoe. Niet stiekem. Niet per ongeluk. Bewust.
Hij merkt het meteen.
Zijn ademhaling hapert en ik zie hoe zijn kaak zich aanspant voordat hij mijn ogen weer opzoekt, alsof hij hoopt te kunnen lezen wat ik denk.
“Ben je ooit betrapt bij het masturberen?” vraag ik rustig, bijna achteloos, alsof ik informeer naar iets onschuldigs.
Zijn mond gaat een stukje open en sluit zich weer. Ik zie hoe hij twijfelt, hoe hij weet dat dit een moment is waarop hij zou kunnen liegen… maar ook dat hij dat waarschijnlijk niet gaat doen.
Ik doe een kleine stap dichter naar hem toe.
Dan nog één.
Onze armen raken elkaar, mijn bovenarm langs de zijne, en ik voel hoe warm en gespannen hij is. Ik weet dat hij mij net zo goed voelt, en die wetenschap alleen al maakt hem nog stijver, nog ongemakkelijker.
Zijn vingers klemmen zich om zijn glas.
“Ja,” zegt hij hees. “Een keer.”
Ik kantel mijn hoofd iets en laat mijn blik langzaam over zijn gezicht glijden, alsof ik rustig overweeg wat ik met dat antwoord wil.
“Door wie?” vraag ik zacht.
Hij slikt hoorbaar.
“Door… de vriendin van mijn huisgenoot.”
Ik laat een korte stilte vallen.
“En toen?” ga ik verder. “Schrok je en stopte je… of ging je door?”
Hij lacht nerveus, een kort lachje dat niets met humor te maken heeft.
“Ik schrok,” zegt hij. “Ik stopte meteen.”
Ik hum zachtjes.
“Hm.”
Niet goedkeurend. Niet afkeurend. Gewoon… veelzeggend.
Ik zie hoe hij dat geluidje probeert te ontcijferen, hoe zijn hoofd meteen begint te werken, hoe hij zich afvraagt wat het over hém zegt en wat het over mij zegt.
Ik blijf hem aankijken zonder iets toe te lichten, laat hem erin hangen, laat hem zelf invullen.
En precies daarin zit de spanning.
Maar hij stapt niet weg.
Hij kan het niet.
Hij is te opgewonden.
En ik voel aan mezelf dat ik het veel te opwindend vind om het spel nu nog te stoppen.
Ik blijf dicht bij hem staan, laat mijn arm net iets langer tegen de zijne rusten.
We zijn nog steeds met z’n tweeën in de keuken. De rest van de groep staat in de tuin of ergens anders in huis, maar in ieder geval niet hier. Het voelt alsof deze kleine ruimte zich langzaam om ons heen sluit, alsof alles buiten ons even niet bestaat.
Ik zie nog steeds die spanning in zijn houding, hoe hij zijn lichaam nauwelijks stil kan houden, hoe alles aan hem verraadt dat hij op scherp staat.
Ik kijk hem aan, laat mijn blik heel bewust even zakken naar de bolling in zijn broek en ga dan weer omhoog, zodat hij precies weet dat ik het heb gezien.
“Wat zou je doen,” vraag ik rustig, bijna terloops, “als ik je zou betrappen?”
Het is geen onschuldige vraag. Dat weet hij. Dat weet ik.
Zijn ademhaling gaat hoorbaar sneller.
Hij wrijft met zijn hand over zijn broek, alsof hij zichzelf daarmee kalmeert, maar het effect is eerder het tegenovergestelde.
“Dan zou ik wel doorgaan, denk ik,” zegt hij zacht, schor, alsof hij schrikt van zijn eigen eerlijkheid.
Er trekt een warme gloed door me heen.
Ik stap nog iets dichterbij, hef mijn hand op en laat mijn vingers langzaam over zijn arm glijden, niet haastig, niet aarzelend, maar doelbewust.
“Kom dan,” zeg ik zacht.
Niet als bevel.
Niet als grap.
Maar als uitnodiging.
En aan de manier waarop hij me aankijkt, zie ik dat hij precies begrijpt wat ik bedoel.
Zijn ogen flitsen naar mijn gezicht, duidelijk zoekend naar bevestiging dat ik het meende. Ik glimlach zachtjes en laat mijn blik heel bewust zakken naar de bobbel in zijn broek, voordat ik weer omhoog kijk.
“Laat me het zien dan.”
Hij aarzelt even, maar zijn vingers vinden al snel de knoop van zijn broek. Met een nerveuze, bijna onhandige beweging trekt hij zijn rits naar beneden en bevrijdt zichzelf. Mijn blik glijdt automatisch naar beneden en ik kan niet anders dan glimlachen.
“Goed zo,” fluister ik zacht in zijn oor.
Zijn hand vindt langzaam de weg naar zijn erectie en hij begint zichzelf te strelen, eerst onzeker, zoekend, maar al snel met meer vertrouwen. Zijn ademhaling versnelt en ik zie hoe hij zich steeds verder laat meevoeren door het moment.
Het zicht alleen al stuurt een golf van opwinding door mijn lichaam.
Langzaam draai ik me om, mijn rug naar hem toe, terwijl ik mijn heupen lichtjes wieg. Ik werp hem een blik over mijn schouder toe en zie hoe zijn ogen over mijn lichaam glijden, gevuld met een mengeling van honger en ongeloof.
“Vind je het mooi zo?” fluister ik speels.
Zijn enige antwoord is een zachte kreun, terwijl zijn hand ritmisch over zijn lid blijft glijden. Het idee dat ik hem zo volledig uit balans kan brengen, wakkert mijn eigen verlangen alleen maar verder aan.
Ik leun iets voorover, mijn handen rustend op mijn knieën, en beweeg mijn lichaam in een langzaam, verleidelijk ritme.
“Ga door,” fluister ik terwijl ik me weer naar hem toe draai, mijn blik vol uitdaging. “Laat me zien hoe graag je dit wilt.”
Zijn kreunen worden hoorbaar luider en de warmte in de kleine ruimte lijkt alleen maar toe te nemen.
Mijn vingers glijden zacht over zijn arm terwijl ik mijn lichaam net iets dichter bij het zijne breng. Zijn ademhaling stokt even; ik zie hoe hij zichzelf probeert te beheersen, maar daar nauwelijks nog toe in staat is.
Met een ondeugende glimlach laat ik mijn hand naar beneden glijden en omsluit ik zijn erectie. Mijn bewegingen zijn langzaam, beheerst, terwijl ik hem diep in de ogen blijf aankijken.
“Laat het gaan,” fluister ik zacht.
Zijn lichaam spant zich aan en ik voel hoe hij steeds dichter bij zijn hoogtepunt komt. De spanning tussen ons is bijna tastbaar en ik geniet intens van de controle die ik over hem heb.
Met een laatste, bewuste beweging voel ik hoe hij zich volledig aan het moment overgeeft.
En ik glimlach tevreden.
Even staan we zwijgend tegenover elkaar, terwijl de spanning langzaam uit de ruimte weglekt en plaatsmaakt voor iets stillers. Zijn ademhaling komt tot rust, zijn blik blijft nog even aan me haken, alsof hij niet helemaal durft te geloven wat er net is gebeurd.
Ik stap als eerste achteruit.
Niet gehaast.
Niet verontschuldigend.
Gewoon beslist.
Ik strijk mijn jurkje glad, pak mijn glas weer op en kijk hem nog één keer aan, met een kleine glimlach die niets uitlegt en niets belooft.
“Dit blijft hier,” zeg ik rustig.
Hij knikt meteen. Te snel misschien.
Ik zie hoe hij nog iets wil zeggen, maar het niet durft. Hoe hij zoekt naar woorden die hier niet passen.
Ik draai me om en loop de keuken uit, terug richting de tuin, waar gelach klinkt en gesprekken gewoon doorgaan alsof er niets is gebeurd. Alsof de wereld niet even stil heeft gestaan.
Niemand kijkt op wanneer ik me weer bij de groep voeg.
Maar ik voel het nog.
Laag in mijn buik.
In mijn houding.
In de wetenschap dat hij daar nog even blijft staan, alleen met zijn gedachten.
Ik neem een slok van mijn drankje en lach mee met een opmerking van iemand die ik nauwelijks hoor.
En terwijl de avond verdergaat, weet ik één ding zeker:
Hij zal dit moment niet vergeten.
En ik?
Ik glimlach.
Omdat ik weet dat ik de controle had — en dat gevoel neem ik mee naar huis.



