Soms zijn de spannendste spelletjes degene die je niet hardop uitspreekt.
Het begon met een foto. Niet overdreven, niet té bloot—gewoon precies genoeg. Een subtiel shot, mijn lichaam net goed in beeld, mijn blik uitdagend, mijn lippen ietsje getuit alsof ik een geheim wist dat niemand anders kende.
Ik wist wat ik deed toen ik hem postte. Ik wist op wie hij effect zou hebben.
En ik had gelijk.
Binnen een uur had ik een melding. Een Messenger-notificatie, geen WhatsApp—want daar zou het te zichtbaar zijn.
Hij.
Een man uit mijn netwerk. Niet schokkend veel ouder, maar oud genoeg om het spannend te maken. Een succesvolle, zelfverzekerde man die waarschijnlijk dacht dat dit soort spelletjes allang niet meer voor hem waren weggelegd.
Zijn bericht was onschuldig. Te onschuldig.
“Mooie foto 😊”
Ik glimlachte. Typisch. Een man zoals hij zou nooit direct zeggen wat hij echt dacht. Maar dat betekende niet dat hij het niet voelde.
Ik liet hem even wachten. Liet hem zich afvragen of ik het überhaupt had gezien. Toen tikte ik mijn antwoord in.
“Dankje… ik had zin om iets uit te stralen. Blijkbaar heeft het gewerkt. 😉”
Ik stelde me voor hoe hij zijn telefoon oppakte, het bericht las, een fractie van een seconde langer bleef hangen op die knipoog. Zou hij zijn lippen bevochtigen? Zacht lachen en zijn hoofd schudden? Zich realiseren dat dit een grens overschreed—en toch niet stoppen?
Zijn antwoord kwam sneller dan ik had verwacht.
“Dat zeker. Je weet hoe je de aandacht trekt.”
Een standaard compliment, maar ik voelde de aarzeling. De twijfel tussen doorgaan en zich terugtrekken.
Dus ik gaf hem een duwtje.
“Goh, en wat voor aandacht denk je dat ik ermee trek? 😏”
Daar. Nu lag de bal bij hem. Nu moest hij kiezen.
Ik voelde de spanning door het scherm heen. Hij was waarschijnlijk aan het wikken en wegen, afvragend hoe ver hij kon gaan. En ik? Ik leunde achterover, nipte aan mijn glas, wetend dat ik al gewonnen had.
Dit was nog maar het begin.
Soms zijn de spannendste spelletjes degene die je niet hardop uitspreekt.
Het begon met een foto. Niet overdreven, niet té bloot—gewoon precies genoeg. Een subtiel shot, mijn lichaam net goed in beeld, mijn blik uitdagend, mijn lippen ietsje getuit alsof ik een geheim wist dat niemand anders kende.
Ik wist wat ik deed toen ik hem postte. Ik wist op wie hij effect zou hebben.
En ik had gelijk.
Binnen een uur had ik een melding. Een Messenger-notificatie, geen WhatsApp—want daar zou het te zichtbaar zijn.
Hij.
Een man uit mijn netwerk. Niet schokkend veel ouder, maar oud genoeg om het spannend te maken. Een succesvolle, zelfverzekerde man die waarschijnlijk dacht dat dit soort spelletjes allang niet meer voor hem waren weggelegd.
Zijn bericht was onschuldig. Te onschuldig.
“Mooie foto 😊”
Ik glimlachte. Typisch. Een man zoals hij zou nooit direct zeggen wat hij echt dacht. Maar dat betekende niet dat hij het niet voelde.
Ik liet hem even wachten. Liet hem zich afvragen of ik het überhaupt had gezien. Toen tikte ik mijn antwoord in.
“Dankje… ik had zin om iets uit te stralen. Blijkbaar heeft het gewerkt. 😉”
Ik stelde me voor hoe hij zijn telefoon oppakte, het bericht las, een fractie van een seconde langer bleef hangen op die knipoog. Zou hij zijn lippen bevochtigen? Zacht lachen en zijn hoofd schudden? Zich realiseren dat dit een grens overschreed—en toch niet stoppen?
Zijn antwoord kwam sneller dan ik had verwacht.
“Dat zeker. Je weet hoe je de aandacht trekt.”
Een standaard compliment, maar ik voelde de aarzeling. De twijfel tussen doorgaan en zich terugtrekken.
Dus ik gaf hem een duwtje.
“Goh, en wat voor aandacht denk je dat ik ermee trek? 😏”
Daar. Nu lag de bal bij hem. Nu moest hij kiezen.
Ik voelde de spanning door het scherm heen. Hij was waarschijnlijk aan het wikken en wegen, afvragend hoe ver hij kon gaan. En ik? Ik leunde achterover, nipte aan mijn glas, wetend dat ik al gewonnen had.
Dit was nog maar het begin.
De drie stipjes verschenen onder mijn bericht. Hij twijfelde. Ik kon het bijna voor me zien—hoe hij zijn lippen op elkaar drukte, zijn telefoon neerlegde, weer oppakte. Hoe hij zichzelf toesprak: Doe niet dom, het is gewoon een grapje… toch?
Maar het ding met Messenger is: je gebruikt het niet zomaar. Je stuurt geen berichten via Messenger als je geen reden hebt om voorzichtig te zijn. Messenger is het platform voor stiekeme gesprekjes, voor dingen die je niet in je WhatsApp-geschiedenis wil laten staan. Ik wist dat hij het wist.
En toen kwam zijn antwoord.
“Ligt eraan… wat wilde je ermee bereiken?”
Ah. Daar was het. Hij probeerde de bal terug in mijn veld te leggen, maar ik was degene die dit spel bepaalde.
“Laten zien wat ik in huis heb.”
Ik wist hoe dubbelzinnig het klonk. Dat was de bedoeling. Ik zag de stipjes weer verschijnen—weer verdwijnen. Hij was zichzelf aan het betrappen op zijn eigen opwinding, op het feit dat hij dit niet meteen wegdrukte.
Toen kwam zijn antwoord. Kort. Eenvoudig.
“En dat is?”
Ik likte langs mijn lippen en liet hem weer even wachten. Een paar minuten. Net genoeg om hem onrustig te maken. Net genoeg om hem aan zijn telefoon gekluisterd te houden.
En toen stuurde ik een foto. Geen herhaling van wat hij al had gezien. Geen simpele selfie. Maar een beeld dat precies op het randje zat. Mijn benen languit op de bank, net een beetje meer bloot dan in de vorige foto, mijn hand gedachteloos op mijn dij, mijn lippen net een tikje geopend. Alsof ik halverwege een ademhaling was.
“Dat mag je zelf invullen.”
Ik wist dat ik hem had. Messenger was geen veilige plek meer voor hem. En toch zou hij blijven. Want het was net gevaarlijk genoeg om verslavend te zijn.
Het bleef stil. Minuten verstreken. Toen een uur.
Ik glimlachte. Natuurlijk. Hij twijfelde. Vocht tegen zichzelf. Probeerde zichzelf wijs te maken dat hij er niet aan moest beginnen.
Maar ik wist beter.
Ik keek op de klok. 22:25. Bijna tijd.
En ja hoor. Om 22:30 precies verscheen de melding.
“Jij weet precies wat je doet, hè?”
Ik beet op mijn lip en leunde achterover. De typische tijd. Zijn vrouw lag in bed. Hij had zijn moment gevonden.
De man die overdag beleefd en afstandelijk was, die onschuldige berichtjes stuurde met een knipoog die nét veilig genoeg was—die man verdween om 22:30.
Dit was het moment waarop hij zijn ware gedachten toeliet.
“Dat weet je toch al?” stuurde ik terug, mijn vingers loom over het scherm glijdend.
De drie stipjes verschenen meteen. Hij had gewacht op mijn reactie. Ik stelde me voor hoe hij nu zat—misschien in zijn werkkamer, of op de bank in de woonkamer, de tv zacht aan als alibi. Zijn telefoon laag bij zijn schoot, een half ingehouden ademhaling.
“Je daagt me uit.”
Ik glimlachte.
“Is dat zo?”
Een paar seconden stilte. Toen:
“Ik ben benieuwd… hoever je wil gaan.”
Ah. Daar was het. Het moment waarop hij niet langer deed alsof hij er per ongeluk in verzeild was geraakt. Het moment waarop hij toegaf dat hij het wilde.
Ik tikte langzaam een antwoord in.
“Waarom probeer je dat niet uit?”
Ik wist wat hij nu zou doen. Wat hij nodig had. Zijn moment, zijn vrijheid.
Zijn vrouw zou vannacht niets vermoeden. Maar ik?
Ik wist precies waar hij zich nu aan overgaf.
Om 22:30 was hij nog twijfelachtig, maar nu? Nu wist ik dat hij geen remmingen meer had. Als je op dit punt nog een berichtje stuurt, ben je all-in. Geen excuses meer. Geen doen-alsof.
Ik had hem precies waar ik hem wilde.
“Waarom probeer je dat niet uit?” had ik gestuurd.
Ik zag de stipjes weer verschijnen. Hij had geen seconde getwijfeld om te reageren. Hij was klaar om verder te gaan.
“Je maakt het me wel héél moeilijk zo.”
Ik lachte zachtjes in mezelf. Oh, hij had geen idee.
“Dat is juist de bedoeling,” stuurde ik terug. “En? Wat ga je eraan doen?”
De stilte duurde langer. Geen twijfel deze keer, maar concentratie. Ik wist precies wat hij deed. Waar hij zat. Hoe hij zijn telefoon in zijn ene hand hield, terwijl zijn andere…
Mijn telefoon trilde. Een nieuw bericht.
Een foto.
Geen gezicht. Geen naam. Maar duidelijk genoeg. Zijn hand. Zijn lichaam. Zijn opwinding.
Ik likte over mijn lippen.
“Mooi,” typte ik. “Maar kan het beter?”
Ik wist dat ik hem nu volledig in mijn macht had. Hij had de eerste stap gezet. Hij had de grens overgestoken.
En nu?
Nu was het mijn spel. Mijn tempo. Mijn regels.
Nu wist ik het zeker. Dit was geen toevallig berichtje meer, geen onschuldige flirt die per ongeluk te ver was gegaan. Als je zo’n foto stuurt, ben je verloren. Je hebt de grens overschreden.
Hij was geil. En nu wist ik dat ik hem verder kon krijgen. Dat ik hem kon uitdagen, kon laten doen wat ik wilde. Geen remmingen meer.
Ik glimlachte terwijl ik naar de foto keek. Hij had moeite gedaan om het anoniem te houden, maar ik wist beter. Dit was zijn geheime kant, de man die zijn vrouw niet kende, die overdag onschuldig was maar om 22:30 alles losliet.
Mijn vingers gleden over mijn scherm.
“Hm… ik weet niet hoor,” stuurde ik, “Ik had beter verwacht.”
Ik liet hem even in onzekerheid. Liet hem zich afvragen of hij genoeg indruk had gemaakt. Speelde met zijn trots, met zijn verlangen om goedkeuring te krijgen.
Zijn antwoord kwam snel.
“Wat wil je dan zien?”
Ah, nu vroeg hij het. Nu was hij op het punt waarop hij zich volledig overgaf aan mijn leiding.
Ik tikte langzaam.
“Niet zomaar een foto. Ik wil zien hoe je aan mij denkt.”
Ik wist dat hij nu geen uitweg meer had. Hij moest kiezen: meegaan, of afhaken.
Ik hoefde niet lang te wachten.
Een nieuwe foto. Een korte video. Net lang genoeg om me precies te laten zien wat ik wilde.
Ik leunde achterover en glimlachte zelfvoldaan.
“Zo mag ik het zien,” stuurde ik. “Brave jongen.”
Ik wist dat hij hier nog lang aan zou denken. Dat hij morgen zijn vrouw zou aankijken en zich afvragen of zij iets vermoedde.
Maar hij zou terugkomen.
Ze komen altijd terug.
Mijn telefoon trilde in mijn hand. Een nieuwe melding. Een video.
Ik glimlachte. Nu wist ik het zeker—er was geen weg terug voor hem.
Ik tikte op de video en liet hem afspelen. Het was kort, net lang genoeg om precies te laten zien waar hij mee bezig was. Zijn hand om zichzelf heen, zijn ademhaling zwaar, zijn lichaam strak van verlangen. Dit was niet meer zomaar een flirt. Dit was overgave.
Ik stelde me voor hoe hij daar zat, in het donker van zijn huis, ergens in een kamer waar zijn vrouw hem niet kon zien. Hoe hij haastig had gefilmd, zijn telefoon laag hield, half luisterend of er voetstappen op de trap klonken. Hoe hij op het randje balanceerde tussen opwinding en de angst om betrapt te worden.
Ik tikte met mijn vinger tegen mijn lip.
Dit was mijn moment. Ik had hem in mijn macht.
Ik liet hem even wachten. Een paar minuten. Ik wist dat hij nu ongeduldig zijn scherm checkte, wachtend op mijn reactie. Wachtend op mijn goedkeuring.
Toen stuurde ik mijn bericht.
“Mmm… zo zie ik het graag. Maar ik weet zeker dat je harder je best kunt doen.”
Ik was benieuwd hoe ver hij durfde te gaan.
De bal lag nu volledig bij mij. En hij?
Hij zou alles doen om te winnen.
Verboden Berichtjes – Het Spel op Facebook (vervolg 7)
Ik zag hoe de drie stipjes weer verschenen. Hij had geen pauze nodig, geen aarzeling meer. Hij was all-in.
Mijn laatste bericht had hem precies geraakt waar ik hem wilde. “Ik weet zeker dat je harder je best kunt doen.” Dat had hij gelezen als een uitdaging. Als een bevel.
En nu wachtte ik op zijn reactie.
Een nieuwe melding.
Nog een video.
Ik tikte erop, mijn hartslag net iets sneller dan normaal.
Dit keer geen halve poging, geen ingehouden verlangen. Hij was verder gegaan. Had zich volledig laten gaan. Zijn hand bewoog sneller, zijn ademhaling zwaar en rauw. Ik kon zien dat hij zich verloor in het moment, dat hij niet meer nadacht over wat hij deed—hij dacht alleen nog maar aan mij.
Mijn naam verliet zijn lippen.
Mijn lichaam reageerde onmiddellijk. Een warme rilling trok langs mijn ruggengraat, een tinteling tussen mijn benen. Dit was niet zomaar een flirt meer. Dit was iets groters. Iets gevaarlijkers.
Hij was volledig van mij.
En ik?
Ik wist dat ik hem nog verder kon drijven.
Mijn vingers gleden over mijn scherm terwijl ik langzaam mijn antwoord typte.
“Brave jongen.”
En toen…
“Wil je dat ik hetzelfde doe?”
Ik wist dat hij nu zijn adem inhield. Dat hij zijn telefoon strak in zijn hand klemde, wachtend op mijn volgende zet.
Durfde ik?
Durfde ík zover te gaan?
Ik keek naar mezelf in de badkamerspiegel. Mijn huid was nog steeds warm, mijn lichaam gloeide van de spanning. Mijn slipje voelde klam tegen mijn huid, mijn ademhaling net iets zwaarder dan een paar minuten geleden.
Ik wist het antwoord al.
Ik zette mijn camera aan, hield mijn telefoon zo vast dat hij precies kon zien wat hij moest zien—en niets meer. Mijn vingers gleden over mijn huid, traag, tergend. Ik wist dat hij aan het wachten was, aan het hijgen, zijn hand al klaar om opnieuw te beginnen zodra hij mijn video zag.
Ik glimlachte.
Toen drukte ik op opnemen.
Ik hield mijn telefoon vast, mijn ademhaling onregelmatig. Dit was het moment. Het punt waar geen onschuldige flirtjes meer bestonden, waar ik de controle volledig in handen had.
De camera ving precies wat ik wilde laten zien. Mijn huid warm, mijn nachthemd iets omhooggeschoven, mijn vingers die langzaam over de rand van mijn slip gleden. Geen haast, geen onzekerheid. Ik wist dat hij zat te wachten. Dat hij daar zat met zijn telefoon in zijn ene hand, terwijl de andere…
Ik likte langs mijn lippen en liet mijn vingers over mijn dijen glijden. Mijn ademhaling werd hoorbaar, een zachte zucht ontsnapte me terwijl mijn vingers eindelijk vonden waar ze moesten zijn.
Ik bewoog langzaam. Lang genoeg om hem te laten voelen dat hij nog niet alles kreeg. Dat hij moest smeken, moest verlangen. Mijn vrije hand gleed even langs mijn borsten, mijn rug boog zich iets naar achter.
Ik wist hoe hij hiernaar zou kijken. Hoe hij naar zijn scherm zou staren, zijn hand steviger om zichzelf heen. Hoe hij zou bijten op zijn lip om niet te hard te kreunen, bang dat zijn vrouw iets zou horen.
Mijn vingers bewogen sneller. Mijn ademhaling versnelde. Ik wist dat ik hem nu had.
En toen…
Ik kwam.
Mijn rug boog zich iets hol, mijn lichaam trilde onder mijn eigen aanraking. Een zachte kreun verliet mijn lippen. Niet overdreven, niet gespeeld—gewoon echt. Mijn camera registreerde alles.
Ik liet de video een paar seconden doorlopen, mijn borstkas die snel op en neer ging, mijn vingers die nog even nagenoten van de warmte.
Toen stopte ik de opname.
Ik keek naar het scherm, mijn hartslag nog steeds hoog. Mijn lichaam nagloeiend van de spanning.
Toen stuurde ik de video.
Geen tekst. Geen uitleg. Alleen dát.
Ik wist dat hij eraan vastgekluisterd zou zitten. Dat hij het opnieuw en opnieuw zou afspelen, zichzelf eraan zou overgeven, misschien wel zonder dat hij het wilde.
Mijn telefoon trilde direct.
Een nieuw bericht.
“Jezus… je bent echt gevaarlijk.”
Ik glimlachte.
“En jij?” stuurde ik. “Heb je je helemaal aan mij overgegeven?”
Ik wist het antwoord al.
Maar ik wilde hem het laten uitspreken.
Mijn telefoon trilde opnieuw. Een nieuwe melding. Een nieuwe video.
Ik glimlachte. Nu was hij écht verloren.
Ik tikte op het scherm en liet de video afspelen.
Dit keer was er geen aarzeling meer. Geen remming. Hij was er helemaal in opgegaan. Zijn ademhaling zwaar, zijn hand strak om zichzelf heen, zijn lichaam gespannen van verlangen. En toen—zijn climax. Een diepe kreun, zijn spieren die zich aanspanden, zijn controle volledig verdwenen.
Mijn naam ontsnapte zijn lippen.
Ik voelde een warme tinteling door me heen trekken. Dit was niet zomaar een flirt meer. Dit was pure overgave. Hij had zich laten gaan, helemaal voor mij. Ik was de reden dat hij hier zat, half hijgend, zijn lichaam uitgeput, terwijl zijn vrouw onschuldig boven lag te slapen.
Ik wachtte. Liet hem in zijn eigen roes zakken.
Toen stuurde ik één bericht.
“Brave jongen. Maar… ik denk dat we nog niet klaar zijn.”
Ik wist dat hij zou terugkomen. Dat hij meer wilde. Meer nodig had.
Want één keer is nooit genoeg.
Ze komen altijd terug.
De volgende ochtend. De lucht was fris, het contrast met de hitte van gisteravond kon bijna niet groter zijn.
Ik wist dat hij vandaag een normale dag had. Werk, vergaderingen, een vrouw die niets vermoedde. Hij zou doen alsof er niets was gebeurd, alsof hij gewoon zijn routinematige leven verder leidde.
Maar ik wist beter.
Ik wist dat hij nog steeds met mij in zijn hoofd zat. Dat hij vandaag in de spiegel keek en even zijn blik moest afwenden. Dat hij zijn telefoon in zijn zak voelde branden, hopend dat ik niets meer zou sturen—en toch verlangend dat ik het wél deed.
Ik liet hem de ochtend met rust. Liet hem denken dat het spel voorbij was.
En toen, nét voor lunchtijd, stuurde ik een berichtje.
“Goedemorgen 😉 Hoe voel je je vandaag?”
Ik wist dat hij in een vergadering kon zitten, dat hij zich professioneel probeerde te gedragen. Ik wist dat hij misschien wel naast zijn collega’s stond, terwijl zijn telefoon trilde in zijn zak.
De drie stipjes verschenen niet meteen. Natuurlijk niet. Hij moest even bedenken hoe hij hierop moest reageren. Hoe hij moest doen alsof hij de controle had, alsof hij niet de hele ochtend al aan mij had gedacht.
Toen, na een paar minuten, kwam zijn antwoord.
“Je bent verschrikkelijk. Ik probeer te werken.”
Ik grijnsde.
“O ja? En lukt dat een beetje?”
De stipjes verschenen meteen. Hij zat vast. Hij wist dat hij me niet kon negeren.
“Niet echt. Dit was een hele slechte timing.”
“Of juist een hele goede.” stuurde ik terug. “Want je denkt nu toch weer aan me?”
Een lange pauze. Toen:
“Dat heb je goed gezien.”
Ik glimlachte.
“Ik hoop dat je ergens bent waar niemand je kan zien… Want ik weet precies hoe je er nu bij zit.”
Ik wist dat hij zich op dat moment afvroeg of hij een nieuwe video kon maken. Of hij zich weer kon laten gaan, daar op zijn werk, misschien stiekem in een afgesloten kantoor of de wc.
Ik wist dat hij worstelde met zichzelf.
En ik wist dat hij zou verliezen.