Het was weer zo’n weekend. Een weekend vol drank, harde grappen en die subtiele spanning die altijd onder de oppervlakte sluimerde. We waren met een groep vrienden, mannen en vrouwen door elkaar, zoals altijd. Maar deze keer hing er iets in de lucht.
Misschien lag het aan de tequila. Misschien aan de manier waarop de mannen naar me keken wanneer ik me uitrekte, mijn nachthemd nét iets omhooggetrokken over mijn dijen. Misschien waren het de dubbelzinnige opmerkingen die de hele avond als een spel heen en weer gingen.
Ik had gelachen en ze weggewuifd, zoals altijd. Flirten zonder gevolgen—dat deden we wel vaker. Maar toch…
Toen ik besloot eerder naar bed te gaan, voelde ik hun blikken in mijn rug. De suggestieve grappen die nog net hoorbaar waren toen ik de kamer verliet.
Het was niets. Ik moest er niet te veel achter zoeken.
Maar nu, liggend in mijn bed, kon ik het niet loslaten.
En toen hoorde ik het.
Door de dunne muren klonk een zacht, ritmisch geluid. Kreunend, gedempt, maar onmiskenbaar. Mijn adem stokte.
Nieuwsgierig—of misschien iets anders—schoof ik het dekbed van me af en stapte stilletjes uit bed. Mijn deur stond op een kier, net genoeg om het schijnsel van de ganglamp naar binnen te laten vallen. Voorzichtig leunde ik iets naar voren en toen zag ik hem.
Wessel. Shirtloos, zijn borst licht glanzend van een dunne laag zweet. Zijn hand onder de dekens, de beweging duidelijk, zijn gezicht strak van genot.
Ik had moeten terugdeinzen. Mijn deur zachtjes dicht moeten trekken en moeten doen alsof ik dit niet had gezien.
Maar ik deed niets.
Ik bleef kijken.
Mijn ademhaling versnelde, mijn hart bonkte hoorbaar in mijn borstkas. Het was niet alleen het voyeuristische ervan. Het was het risico, de kans dat ik betrapt zou worden. En misschien—heel misschien—het idee dat hij wist dat ik daar stond.
En toen gebeurde het.
De deur zwaaide plotseling open.
Mijn adem stokte.
“Wat hebben we hier?”
Ik keek op. Drie mannen uit de groep stonden in de deuropening, grijnzend, nog loom van de drank.
Wessel verstijfde, zijn hand nog steeds onder de dekens. Maar hij stopte niet helemaal.
Er viel een stilte—één van die momenten waarin alles kon kantelen. Ze hadden hem kunnen uitlachen. Weg kunnen gaan. Maar dat deden ze niet.
Eén van hen stapte naar binnen, leunde nonchalant tegen de deurpost. “Beetje ontspanning nodig, Wess?”
De ander keek van hem naar mij, langzaam, zijn blik afzakkend over mijn blote benen en het dunne nachthemd dat nauwelijks iets verborg. Zijn ogen bleven net iets te lang hangen. “Misschien kan hij wat hulp gebruiken…”
Ik slikte. Mijn hart bonkte in mijn keel. Dit had ik niet zien aankomen. Maar de sfeer in de kamer was niet langer luchtig.
Er hing iets in de lucht. Iets donkers. Iets spannends.
Ik had nu kunnen opstaan en weglopen. Maar ik bleef.
Langzaam zette ik een stap naar voren, mijn blik strak op Wessel gericht. Zijn borstkas rees en daalde zwaar. Zijn vingers bewogen nog steeds onder de deken, bijna aarzelend, alsof hij wachtte op wat ik zou doen.
Ik boog me naar hem toe, mijn lippen speels langs zijn oor. “Wil je dat ik je help?”
Zijn ademhaling versnelde. Zijn ogen flitsten even naar de andere mannen, maar hij zei niets. Hij hoefde ook niets te zeggen.
Mijn vingers gleden langs de rand van de deken, trokken hem langzaam omlaag. En toen… was er geen weg meer terug.
De spanning in de kamer was ondraaglijk. Mijn lippen en tong bewogen langzaam, speels, precies wetend hoe ik Wessel gek kon maken. Zijn vingers klemden zich in het laken, zijn spieren trilden onder mijn aanraking. Zijn ademhaling was zwaar en onregelmatig, de kreunen die uit zijn keel kwamen maakten me alleen maar gretiger.
Achter me was het stil—maar niet van desinteresse. Ik voelde hun ogen branden op mijn lichaam, op hoe ik mijn mond om hem sloot, op de bewegingen van mijn hoofd en handen. De geladen energie in de kamer was niet te missen.
Ik liet mijn tong over hem glijden, zuigend, likkend, hem meevoerend naar het randje zonder hem meteen over de rand te duwen. Wessel vloekte zacht, zijn heupen trokken lichtjes omhoog, smekend zonder woorden.
Achter me verplaatste iemand zich. Ik voelde het—de opwinding, de pure honger in de ruimte. Mijn lippen krulden in een glimlach terwijl ik doorging, mijn ogen speels omhoog richtend. Ze keken nog steeds. Hun blikken donker, vol begeerte.
Wessel kreunde harder, zijn lichaam gespannen onder me. Hij zat er tegenaan, zijn spieren strak, zijn borstkas snel op en neer bewegend. Ik wist dat ik hem er met slechts een paar bewegingen overheen kon duwen.
Dus ik gaf hem geen keus.
Mijn mond sloot zich strakker om hem heen, mijn tong cirkelde langs de gevoeligste plek, mijn vingers gaven dat laatste beetje stimulatie.
Zijn kreun was laag en rauw toen hij zich overgaf. Zijn hele lichaam schokte terwijl hij losliet, zijn climax pulserend tegen mijn tong. Ik bleef doorgaan, langzaam, plagerig, totdat ik voelde hoe hij volledig ontspande.
Langzaam trok ik me terug, likte mijn lippen terwijl ik omhoog keek. Wessel lag zwaar ademend voor me, zijn ogen half gesloten van de nasleep.
Maar ik had niet alleen hem vastgelegd in dit moment.
Achter me voelde ik de spanning. De anderen waren nog steeds daar, hun lichamen verraden door de honger in hun ogen.
Ik likte nog een laatste keer speels over mijn lippen en leunde iets achterover, mijn blik uitdagend.
“Wie is de volgende?” fluisterde ik.
De stilte duurde slechts een fractie van een seconde.
Toen…
Bewoog er iemand.wee
Ik had gelachen en ze weggewuifd, zoals altijd. Flirten zonder gevolgen—dat deden we wel vaker. Maar toch…
Toen ik besloot eerder naar bed te gaan, voelde ik hun blikken in mijn rug. De suggestieve grappen die nog net hoorbaar waren toen ik de kamer verliet.
Het was niets. Ik moest er niet te veel achter zoeken.
Maar nu, liggend in mijn bed, kon ik het niet loslaten.
En toen hoorde ik het.
Door de dunne muren klonk een zacht, ritmisch geluid. Kreunend, gedempt, maar onmiskenbaar. Mijn adem stokte.
Nieuwsgierig—of misschien iets anders—schoof ik het dekbed van me af en stapte stilletjes uit bed. Mijn deur stond op een kier, net genoeg om het schijnsel van de ganglamp naar binnen te laten vallen. Voorzichtig leunde ik iets naar voren en toen zag ik hem.
Wessel. Shirtloos, zijn borst licht glanzend van een dunne laag zweet. Zijn hand onder de dekens, de beweging duidelijk, zijn gezicht strak van genot.
Ik had moeten terugdeinzen. Mijn deur zachtjes dicht moeten trekken en moeten doen alsof ik dit niet had gezien.
Maar ik deed niets.
Ik bleef kijken.
Mijn ademhaling versnelde, mijn hart bonkte hoorbaar in mijn borstkas. Het was niet alleen het voyeuristische ervan. Het was het risico, de kans dat ik betrapt zou worden. En misschien—heel misschien—het idee dat hij wist dat ik daar stond.
En toen gebeurde het.
De deur zwaaide plotseling open.
Mijn adem stokte.
“Wat hebben we hier?”
Ik keek op. Drie mannen uit de groep stonden in de deuropening, grijnzend, nog loom van de drank.
Wessel verstijfde, zijn hand nog steeds onder de dekens. Maar hij stopte niet helemaal.
Er viel een stilte—één van die momenten waarin alles kon kantelen. Ze hadden hem kunnen uitlachen. Weg kunnen gaan. Maar dat deden ze niet.
Eén van hen stapte naar binnen, leunde nonchalant tegen de deurpost. “Beetje ontspanning nodig, Wess?”
De ander keek van hem naar mij, langzaam, zijn blik afzakkend over mijn blote benen en het dunne nachthemd dat nauwelijks iets verborg. Zijn ogen bleven net iets te lang hangen. “Misschien kan hij wat hulp gebruiken…”
Ik slikte. Mijn hart bonkte in mijn keel. Dit had ik niet zien aankomen. Maar de sfeer in de kamer was niet langer luchtig.
Er hing iets in de lucht. Iets donkers. Iets spannends.
Ik had nu kunnen opstaan en weglopen. Maar ik bleef.
Langzaam zette ik een stap naar voren, mijn blik strak op Wessel gericht. Zijn borstkas rees en daalde zwaar. Zijn vingers bewogen nog steeds onder de deken, bijna aarzelend, alsof hij wachtte op wat ik zou doen.
Ik boog me naar hem toe, mijn lippen speels langs zijn oor. “Wil je dat ik je help?”
Zijn ademhaling versnelde. Zijn ogen flitsten even naar de andere mannen, maar hij zei niets. Hij hoefde ook niets te zeggen.
Mijn vingers gleden langs de rand van de deken, trokken hem langzaam omlaag. En toen… was er geen weg meer terug.
De spanning in de kamer was ondraaglijk. Mijn lippen en tong bewogen langzaam, speels, precies wetend hoe ik Wessel gek kon maken. Zijn vingers klemden zich in het laken, zijn spieren trilden onder mijn aanraking. Zijn ademhaling was zwaar en onregelmatig, de kreunen die uit zijn keel kwamen maakten me alleen maar gretiger.
Achter me was het stil—maar niet van desinteresse. Ik voelde hun ogen branden op mijn lichaam, op hoe ik mijn mond om hem sloot, op de bewegingen van mijn hoofd en handen. De geladen energie in de kamer was niet te missen.
Ik liet mijn tong over hem glijden, zuigend, likkend, hem meevoerend naar het randje zonder hem meteen over de rand te duwen. Wessel vloekte zacht, zijn heupen trokken lichtjes omhoog, smekend zonder woorden.
Achter me verplaatste iemand zich. Ik voelde het—de opwinding, de pure honger in de ruimte. Mijn lippen krulden in een glimlach terwijl ik doorging, mijn ogen speels omhoog richtend. Ze keken nog steeds. Hun blikken donker, vol begeerte.
Wessel kreunde harder, zijn lichaam gespannen onder me. Hij zat er tegenaan, zijn spieren strak, zijn borstkas snel op en neer bewegend. Ik wist dat ik hem er met slechts een paar bewegingen overheen kon duwen.
Dus ik gaf hem geen keus.
Mijn mond sloot zich strakker om hem heen, mijn tong cirkelde langs de gevoeligste plek, mijn vingers gaven dat laatste beetje stimulatie.
Zijn kreun was laag en rauw toen hij zich overgaf. Zijn hele lichaam schokte terwijl hij losliet, zijn climax pulserend tegen mijn tong. Ik bleef doorgaan, langzaam, plagerig, totdat ik voelde hoe hij volledig ontspande.
Langzaam trok ik me terug, likte mijn lippen terwijl ik omhoog keek. Wessel lag zwaar ademend voor me, zijn ogen half gesloten van de nasleep.
Maar ik had niet alleen hem vastgelegd in dit moment.
Achter me voelde ik de spanning. De anderen waren nog steeds daar, hun lichamen verraden door de honger in hun ogen.
Ik likte nog een laatste keer speels over mijn lippen en leunde iets achterover, mijn blik uitdagend.
“Wie is de volgende?” fluisterde ik.
De stilte duurde slechts een fractie van een seconde.
Toen…
Bewoog er iemand.
Een onschuldig weekend vol drank en grappen krijgt een onverwachte wending wanneer de spanning in de lucht steeds tastbaarder wordt. Gluur jij mee?